28 okt. 2010

vuur degene die gein plat kinne laeze.............

Tot nog toe woar alles hie bie Nuthe Kal in ut plat....
Meh neet jederein kint dat laeze.........
Vuur eine kier un stukske euver Nuth in ut Hollens.

Nuth





Dorp, ontstaan in de middeleeuwen aan de zuidwestzijde van de Geleenbeek tegen de noordflank van het plateau van Schimmert. Nuth behoorde eerst tot het Land van Valkenburg maar werd in 1626 een zelfstandige heerlijkheid. De dorpskern rondom de kerk kreeg in de 19de eeuw uitlopers langs de Valkenburgerweg en de Stationstraat, aan het einde waarvan het dorp in 1896 een station kreeg aan de spoorlijn Sittard-Heerlen. Als gevolg van de opkomende mijnbouw ontstond vanaf begin 20ste eeuw een sterke groei. De uitbreiding vond plaats nabij de Bavostraat en nabij het station. Na de Tweede Wereldoorlog is Nuth aan de zuidzijde verder uitgebreid en is aan de noordzijde een groot industrieterrein tot stand gekomen.



De R.K. St.-Bavokerk (Dorpstraat ong.) is een eenbeukige kruiskerk met lage zijbeuken, transept en rond gesloten koor met omgang, een vieringkoepel en een ongelede toren met knobbelspits. Ter vervanging van een mogelijk 12de-eeuwse voorganger kwam in 1763 een nieuw schip met toren tot stand naar ontwerp van Laurenz Mefferdatis uit Aken. Het oude koor werd in 1840 vernieuwd. In 1922-'24 bouwde men naar ontwerp van N. Ramakers het huidige koor, het transept met lage vieringkoepel en de zijbeuken van het schip. Inwendig wordt het schip gedekt door kruisribgewelven. Tot de inventaris behoren een romaans doopvont (circa 1200) een preekstoel in Lodewijk XV-stijl met afbeeldingen van evangelisten en twee herenbanken in Lodewijk XV-stijl (alle circa 1770). Het rond 1770 gebouwde orgel is bij restauraties in 1899, 1943 en 1980 grotendeels vernieuwd en uitgebreid.




De pastorie (Stationstraat 191) is een tweelaags middenganghuis uit 1774 met op het voorplein een haaks geplaatst eenlaags dienstgebouw.




De voorm. openbare lagere school (Dorpstraat 83) werd in 1852 gevestigd in een tweelaags pand met schilddak en diende vanaf 1894 lange tijd als raadhuis.




Huis De Dael (Daelderpad 1), voorheen ‘Oelsbroeck’, is een omgracht U-vormig complex met speklagen en een poortgebouw met torenvormig verhoogd middelgedeelte. Het in de 17de eeuw met trapgevels gebouwde huis vertoont 18de-eeuwse wijzigingen, zoals de in- en uitgezwenkte gevel uit 1734 van de stal. In 1950 is een vleugel aan het complex toegevoegd. Het interieur heeft enkele betimmeringen en een schouw in Lodewijk XV-stijl.




Woonhuizen. Het in 1904 gebouwde Huis Crombach (Stationstraat 293) is een tweelaags middenganghuis met een tot puntgevel opgetrokken middenrisaliet. Onder invloed van de zich snel ontwikkelende mijnindustrie ontstond relatief grootschalige woningbouw voor arbeiders. Voor de Woningvereniging Nuth kwam in 1914-'15 op basis van een ontwerp van J. Stuyt (in dienst van ‘Ons Limburg’) de woninggroep Nieuwdorp aan de Bavostraat en Barbarastraat tot stand volgens de tuinstadgedachte en met diverse woningtypen. In 1919 liet de Bouwvereniging




Nuth, Woningcomplex Nuinhof (1992)




Nuth Vooruit naar plannen van N.J. van Tiene nabij de mijnspoorweg het woningcomplex Nuinhof bouwen aan de Nuinhofstraat, Parallelstraat, Spoorstraat en Tiendstraat. Alle woningtypen hebben op consoles rustende dakoverstekken en gepleisterde topgevels. In 1947 zijn naar ontwerp van A. Knipschild enkele hoekwoningen in aangepaste stijl toegevoegd. De villa Antigone (Stationstraat 30) is in 1917 voor huisarts L.S. Mekel gebouwd met ‘Um 1800’-details naar ontwerp van J.J. Drummen. Verschillende woonhuizen tonen door het expressionisme beïnvloede vormen, zoals Valkenburgerweg 75 (1924), een tweelaags diep huis met mansardedak, en het vrijstaande tweelaags huis Valkenburgerweg 45 (1926). De laatste werd gebouwd in opdracht van burgemeester H.J. Starmans naar ontwerp van J. Wielders, die ook de wijziging van de entree (1934) ontwierp. Verder de dubbele woonhuizen Burg. Cremerstraat 15-17 (1931), Wilhelminastraat 4-6 (1932; ontwerp J. Zander), het dubbele herenhuis Burg. Cremerstraat 16-18 (1934; J. Zander), Burg. Cremerstraat 26 (1935), Valkenburgerweg 12-14 (1936) en de vrijstaande villa Pastorijstraat 6 (1937; J. Zander). De windmolen (bij Bergerweg 1) is een bergmolen met ronde stenen romp en een met dakleer bekleed dak. De van 1882 daterende korenmolen is in 1955-'57 en in 1993 gerestaureerd. Een gedeelte van de berg is vervangen door een bakstenen keermuur.

[p. 280]






Terstraten bij Nuth, Boerderij Terstraten 3



Boerderijen. In Nuth staan enkele hoeven met een 18de-eeuws kern, zoals de deels in vakwerk uitgevoerde U-vormige hoeve Dorpstraat 49 en de gesloten hoeve Molenveld 6 uit 1767 (jaartalankers). Verder de boerderij Dorpstraat 61, met de jaartalstenen ‘1790’ en ‘1795’ en een later gepleisterde voorgevel met omlijste ingang, en de gesloten hoeve Stationstraat 312, met vakwerkgedeelten uit 1750 en bouwdelen uit 1840. De gesloten hoeve Molenveld 20 uit 1804 (jaartalsteen) is deels in vakwerk uitgevoerd. In de directe omgeving van de dorpskern bevinden zich ook interessante boerderijen. De wit geschilderde gesloten herenhoeve Nierhoven 11 heeft 17de- en 18de-eeuwse bouwdelen, waaronder een tweelaags woongedeelte met de jaartalankers ‘1679’ en een poortgebouw met koepeldak. De gedeeltelijk wit geschilderde en deels met mergelstenen speklagen uitgevoerde L-vormige hoeve Kamp 1-2 heeft 18de-eeuwse (sluitstenen 1786) en 19de-eeuwse bouwdelen. De gedeeltelijk in vakwerk uitgevoerde gesloten hoeve Kamp 3 is gedateerd 1790. De gesloten hoeve Hellebroek 30 omvat een schuur uit 1785 en 19de-eeuwse bouwdelen. Uit de 19de eeuw dateren de boerderij Hellebroek 32 (1820) en de gesloten hoeve Voorsterstraat 29 (tweede helft 19de eeuw).




Kasteel Reymersbeek (Reijmersbekerweg 28-30), gelegen ten noorden van de dorpskern, is een in mergel opgetrokken, deels onderkelderd tweelaags gebouw met een achtzijdige hoektoren voorzien van een spits met ui-vormige bekroning. Hoewel in 1356 al sprake is van een heer van Reymersbeek, dateert het kasteel uit de 16de eeuw. Uit die tijd resteert een gedeelte van de hoektoren. In de 17de en 18de eeuw hebben meer en minder ingrijpende verbouwingen plaatsgehad. Het interieur bevat onder meer een vertrek in Lodewijk XVI-stijl.

Het voorplein wordt grotendeels omsloten door de U-vormige kasteelhoeve met in de lage voorvleugel een vierkante, verhoogde middenpoort met ingesnoerd tentdak. Het poortgebouw is midden-17de-eeuws, de hoeve draagt het jaartal 1705.



Vaesrade. Dit wegdorp ten noordoosten van Nuth is ontstaan in de late middeleeuwen tegen de zuidflank van het plateau van Doenrade. Na de Tweede Wereldoorlog is het in oostelijk richting gegroeid. Boerderijen. De wit geschilderde gesloten hoeve Rozenstraat 1 dateert uit 1798 (sluitsteen). De forse hoeve Vaesrade 62-64 uit circa 1850 heeft een tweelaags woonhuis met fronton en aan weerszijden een inrijpoort naar de binnenhof. Interessant zijn verder de gesloten hoeve ‘Naanhof’ (Naanhofsweg 3-5) met bouwdelen uit 1858 (jaartalsteen) en 1889, en de kleine hoeve Vaesrade 78 uit circa 1900. De St.-Servatiuskerk Servatiusstraat 10 is een kruiskerk voorzien van zijkapellen, een koor met straalkapellen en een terzijde geplaatste toren met spits. De kerk kwam in 1929-'30 tot stand in expressionistische vormen naar ontwerp van Nic. Ramakers ter vervanging van een voorganger met bouwdelen uit 1596. Tot de inventaris behoren enkele kerkbanken en een hardstenen doopvont uit de eerste helft van de 19de eeuw en kerkbanken en twee biechtstoelen uit de bouwtijd. De gebrandschilderde ramen zijn van G. Tielens (circa 1930). De vrijstaande woonhuizen Vaesrade 23 en Hommert 2 dateren uit circa 1935 en vertonen zakelijk-expressionistische invloeden. Ten westen van Vaesrade ligt de voorm. watermolen ‘Kathagermolen’ aan de Geleenbeek (Kathagen 1). Deze werd rond 1800 gebouwd als korenmolen bij een boerderijcomplex. In 1890 heeft men het middenslagrad vervangen door een turbine.

Hunnecum. Gehucht ten zuidwesten van Nuth. Interessante aaneengesloten boerderijen met binnenplaats zijn Hunnecum 6 uit 1797 (sluitsteen), met wit geschilderde mergelstenen topgevel, en Hunnecum 4 en 7 uit de 19de eeuw.



De wit geschilderde gesloten hoeve Hunnecum 17 heeft een 18de-eeuwse kern. De gesloten hoeve Hunnecum 1 is voorzien van mergel speklagen en empire-vensters. De poortsluitsteen is gedateerd 1824. Aan de binnenplaats is vakwerkbouw zichtbaar. Het rond 1922 geplaatste trafohuisje (bij Hunnecum 12) vertoont zakelijk-expressionistische invloeden.

Terstraten. Dit wegdorp ten westen van Nuth is een beschermd dorpsgezicht met verschillende interessante hoeven, die veelal een 18de-eeuwse oorsprong hebben. Voorbeelden van U-vormige hoeven zijn de vakwerkboerderij Terstraten 3 en de mergelstenen boerderij Terstraten 1-2 met vakwerkgedeelten en een in- en uitgezwenkte gevel uit 1710 (jaartalsteen).




Terstraten bij Nuth, Boerderij Nieuwhuis (1991)

gesloten hoeven zijn Terstraten 8-9 uit 1714 (gevelsteen) en de wit geschilderde, deels in mergel opgetrokken Driesschenweg 2 met aangebouwde vakwerkschuur en jaartalsteen ‘1739’. Andere voorbeelden zijn de deels in vakwerk uitgevoerde hoeven Branterweg 20-22 (1770) en Branterweg 16-18, de forse hoeve Nieuwhuis (Maastrichterweg 12-14; 1794) met bakstenen speklagen, de deels in vakwerk uitgevoerde hoeve Terstraten 4 en de hoeve Terstraten 11-12 met vakwerkgedeelten, speklagen en een poortsluitsteen gedateerd 1810.




Grijzegrubben. Wegdorp ten westen van Nuth. Aardige gesloten hoeven zijn Berger Verbindingsweg 26 (circa 1860), Berger Verbindingsweg 6-8 (eind 19de eeuw) en Grijzegrubben 94-95 (1893). Bij de laatste boerderij staat midden op de weg de recht gesloten Mariakapel uit 1945. Het dubbele woonhuis Grijzegrubben 4-6 werd in 1933 gebouwd naar een ontwerp met zakelijk-expressionistische vormen van J. Zander.

27 okt. 2010

Kint gier de heilige Agnes schoel nog...........?

Vreuger woar ut de schoelstroat,mer noe der gein schoel mier likt, es ut de Burgemeister Kriemerschstroat.
In de tachtigger joare is de maedjesschoel, later doer Juffouw Wolvers umgeduipt tot Heilige Agnesschoel,aafgebroake, um plaatsch te make vuur ut seniorencompleks de Agneshof



Hie ein foto van rond 1930 van het onderwiezend personeel, van de heilige Agnesschoel.
v.l.n.r. M.Royen, P.Jacobs, Mien Diederen, ?.Pluymen, J.W. Weustenraad, J. Esser, A.H. Deben, hoofd van de schoel,en Marie Clootz




Juffrouw Mien Diederen, mit heur klas op pad............



Mit dank aan Wonen Zuid, want oet ut prachtigge book, dat ze ter iere van hun hondert joarig bestoan hubbe oetgegaeve, stamme dees foto's

23 okt. 2010

foto expositie

Hoosj Minor tevuure soms Troja?

Bron Lei Coenen:

Dat Minorveld (vr zagte nog neet terrein) haw tevuure gelaege bìej Kathage,

naeve de baenje. Dat doa dn eine kant van et veìd angerhawve mieeter hoeeger

loog dan dn angere kant en dat uuveral de kowflatte drvuur zörgde dat me good

glìedzjde, doog nieks: me haw e veld. De ‘dieke Leis’ woar doew vuurzitter van et

besjtuur en woende oach kort biej Kathage.



Meh wae voetbalde doew rond twinteg in Nuth?



Gr kint et zieen 'in et fotobeukske van Nuth. Doa zeet gr op foto 2 dat Nuth mit

dn tied mitgong.








Cor Bertrand sjreef dronger dat de thans bejaarde heer Louis

Crijns' vertelde: circa vijfenvijftig jaar geleden vormde ik met mijn broers

Jan en Harrie, met de gebroeders WiIIem en Jan Leunissen met Hub Kusters, Wim

Schaffers, Guus Beckers, Frens Coumans, Louis Hermans en een van buiten Nuth

afkomstige spoorman Lansing....dit geduchte elftal. Het ging geweldìg, al moesten

we alles te voet doen, wanneer we uitwedstrijden speelden".

Enne van Crìensjonge (mien nungk) vertelde mich oeets,dat Jan sondes moos goan

maete ongergronds op de Emma (woe'r bìej de mienmaetesj woar).



0p et voetbalveld woert soms op'm gewach tot' r koom: hae haw et werk effe

ongerbroake om enne wedstrìjd te sjpieele. Doanoa ging er truuk, want et werk

moch neet dronger lieje. Gowwe owwe tied wiej zoee get nog kos..

Ja, dae voetbal in de darteger joare. Ich zag al dat Harie Criens begòs woar

mit de verkoap van roakwaare, meh datter al e joar laater de zaak oetbreidde

m'it de verkoap van voetbaìsjoon, voetbalbreukskes, haw ich nog neet gezag.

S¡pìeteg dat'r get vreug woar mit z'iene kiek op wat gìng komme.

Begin darteger joare magkde Han Hollander os m'it zien radio rippetaazjes sjtapel

gek: Holland- Beìsj!



Gei wonder dat et Minorveld korter biej Nuth moos komme te ligke. En et koom dr,

wiej ich al zag. taengenuuver de riej wingkels en....de kaffee van Glaasmaekesj,

dae zich uuver de jonge 'ontfermde' , want ' de dorstege 'lave' woar christeleke

plìch... De trepkes noa dn ingangk van't veld -van Glaasmaekesj oet gez'ieen

dn oetgangk- koome toevalìeg biej Gìaasmaekesj' kaffee oet.

Howt sjeen doew erg billìg te zìn, want doa woar get nuuedeg vuur un angerhawve

mieeter hoeeg sjöttìng rond dat veld.

De gool woar rech taengenuuver de zaake van mam en heur broor. En penalties

trappe woar un faveriete bezigheid. Klaatsj, doa gong weer un roet in. Dus

koom dr un sjtellaasj van gaas, wiej os zonnesjerm e paar vieve haw opgeìoape.



Et woar de voetbalplaats van de sjoeeljonge oach, en al gow hawwe ze hun clubke,

dat boete Nuth naam magkde, Inzjenjeur Jansse van De Daal, dirrekteur van et

tekstielfebriekske in Traebèk, begòs hun te traine en wiej ze, noa un drök

bezoch toernooj, nog miee pebliek begòste te trekke es de Minor, woerte ze vuur

de keus gesjteìd: lid van de Minor waere of van et veld aaf' Ze koeeze et ieesjte

en doamit woar de jongesclub weg. Meh M'inor wis wat ze gedoan haw: Sevee Voncke

en Huub Gieraeds (omter e paar te neume), woerte e paar joar laater de vedette

van Minor. Doa sjpielt mìch unne angere naam doer de kop: Troja. Hoosj Minor

tevuure soms Troja?

19 okt. 2010

Terug in Hunnecum



Terug in Hunnecum


We keren terug naar Hunnecum, het gehucht bij Nuth. We gaan nogmaals op bezoek bij Lei en Mien Kleintjens-Duyzings. Mien Schols (1929) uit Simpelveld was ontroerd toen ze drie weken geleden de foto van Lei Kleintjens zag in Het glazen album van Limburg. Het was haar opa van moederskant. Mien Schols ging achter de computer zitten en schreef een mooi verhaal over haar herinneringen als kleinkind en als buurmeisje: “Opa en oma Kleintjes waren de grootouders van moederskant. Mijn mam Pauline trouwde in 1928 met Hubert Bisscheroux. Pap had een stoomwals. Wij woonden in een woonwagen. Als hij ergens werk had aangenomen bij de aanleg van een weg, trokken we erheen. De woonwagen kwam dan achter de wals. Als het ver weg was, reisden we met de trein op per boot. Ik herinner me mijn eerste levensjaren als heel bijzonder en avontuurlijk. We stonden met onze woonwagen overal in Nederland. Met de andere mensen die aan de weg werkten. Op zekere dag stonden we in het noorden. We kregen het tijdschrift Ons Zuiden bezorgd en raad eens wie er op de voorpagina stond? Opa uit Hunnecum! In 1935 zijn mijn ouders bij opa en oma ingetrokken. We woonden in de voorkamer. Ik denk dat het te maken heeft met de crisis. Er zal minder werk geweest zijn. Bovendien moest ik naar de eerste klas van de lagere school. Korte tijd erna hebben mijn ouders van een oom het huis naast opa en oma gehuurd.”

Hunnecum hoorde bij Nuth, maar de inwoners van het gehucht voelden dat niet zo. Je was op de allereerste plaats iemand van Hunnecum. De onderlinge band in de buurtschap was heel sterk. Men liep bij elkaar in en uit. Veel gerei en gereedschap werd onderling uitgeleend. Als de witte kool geoogst was, ging de koolschaaf van huis tot huis. Zo geschiedde ook met het molentje voor de snijbonen. De gesneden kool ging met zout in een Keulse pot. Doekje erover, plank erop en tot slot een zware steen voor het gewicht. Na verloop van tijd had je dan zuurkool. Dezelfde procedure werd gevolgd met de snijbonen. Maar als je daar een maaltje van uit de kelder moest halen, waren het echte stinkeboeëne. De onwelriekende geur die je de adem afsneed, verdween echter als de bonen gekookt werden. Na Kerstmis werden de wafelijzers geruild die in Hunnecum in omloop waren. Met Nieuwjaar had iedereen verschillende soorten en formaten wafels.

Mien Schols: “Onze opa was een markante man. Hij had voor iedereen zijn woordje klaar. Oma was de goedigheid zelf. Ze waren heel gastvrij. Voor mijn grootouders waren alle mensen hetzelfde. Als er een trouwpartij op stapel stond in Hunnecum of als er iemand overleden was, kwam de jonkheid (de ongetrouwde jongens en meisjes) bij opa en oma bijeen om papieren bloemen te vouwen of kransen te maken. Er stierven toen regelmatig kinderen en die werden opgebaard omgeven met bloemen van verschillende kleuren crêpepapier. Op de dag van een begrafenis trok heel Hunnecum in een stoet naar de kerk van Nuth. De kist werd gedragen door de naaste buren. Iedereen werd begraven op het kerkhof van Nuth. Opa en oma hebben daar ook hun laatste rustplaats gevonden. De jonkheid kwam graag bij mijn grootouders. Ook onder trieste omstandigheden. Opa was namelijk een hele opgewekte man. Ik heb hem nooit boos gezien of verdrietig. Hij was altijd goed voor een kwinkslag. Hij doorbrak de droefenis en liet de mensen lachen.”

Lei Kleintjens had drie koeien. Mien Schols herinnert zich dat het er twee werden en uiteindelijk een. Wat de reden was dat de bescheiden veestapel uitdunde, is haar nooit duidelijk geworden. De koeien werden iedere dag gemolken. Van de melk werd op de boerderij om de zoveel tijd boter gemaakt. Als de melk zuur was geworden, werd die in een theedoek aan de waslijn gehangen. Zo kreeg je fluitekieës. Mien Schols: “Opa had een tuin en daar was hij heel trots op. Als hij overdag moe was, ging hij er uitrusten. Hij had een schuurtje gebouwd in de tuin. Opa schuilde er als het regende. Hij borg er zijn gereedschap op. Tegen de buitenkant van het schuurtje stonden allerlei heiligenbeelden. Met en zonder hoofd of handen. Hij voerde hele gesprekken met die heiligen. Hij had ook altijd pruimtabak in zijn mond. Als wij kinderen bij het stoeien waren gevallen en pijn hadden, deed hij op de pijnlijke plek pruimtabak. Het brandde nog erger dan jodium. Maar het genas wel. Opa en oma waren dol op hun kleinkinderen. En wij op hen. Met Pasen hadden we altijd groot feest. Opa had in zijn tuin eieren verstopt. Als we er een gevonden hadden, legden we het in zijn pet. Vaak verstopte hij een ei weer opnieuw als wij even niet opletten. Hij had dan de grootste lol.”

Hunnecum was een rustig gehucht. Langs de huizen liep de grub (de goot) en dan de straat. Autoverkeer was zeldzaam. Enkele inwoners hadden een fiets. Die kon je altijd lenen als je naar Nuth moest, maar de inwoners hoefden niet vaak naar het dorp. Alleen voor een bezoek aan de dokter of de kerk. Hunnecum telde twee dorpswinkels, een café en een windmolen. Eind jaren dertig werd de rijksweg van Valkenburg naar Hoensbroek aangelegd. Er moesten enkele huizen voor worden afgebroken. De nieuwe weg was breder en had aan weerszijden een fietspad. Langzaam werd het drukker met verkeer. Hunnecum uit de tijd van Het glazen album van Limburg verdween geleidelijk. Mien Schols: “Opa is in 1941 gestorven. Hij is niet lang ziek geweest. Hij was gewoon op. Toen hij overleed, was hij 79. Dat was voor die tijd heel oud. Oma is in 1946 heengegaan. Ze is even oud geworden als haar man. Enkele jaren na de oorlog is hun huis afgebroken. Jammer genoeg. Nu is er veel verkeer. Het Hunnecum van opa en oma bestaat niet meer. Alles is veranderd. Soms komen we er door met de auto. Maar het voelt heel anders aan dan vroeger. Als ik terugdenk aan Hunnecum, zie ik opa een praatje maken met iemand uit de buurt. Of oma Mien aan het spinnewiel op de binnenplaats van hun boerderijtje. Wat hebben wij een ongelooflijke fijne tijd samen gehad in Hunnecum.”

De baard van Hunnecum

Het glazen album van Limburg,16 oktober 2010 t/m 17 april 2011, expositie in het Limburgs Museum Venlo

Het Limburgs Museum Venlo bewaart 3.600 bijzondere glasnegatieven. Ze zijn in 2002 en 2005 verworven met steun van de Stichting Vrienden van het Limburgs Museum. Het zijn opnames uit Limburg uit de jaren dertig. De foto’s zijn gemaakt door Jan de Jong (1898-1971) voor uitgeverij De Spaarnestad, die onder meer de weekbladen Limburg in beeld en Panorama / Ons Zuiden uitgaf.

De foto’s geven een ogenschijnlijk idyllisch beeld van Limburg. Vol romantische bloesem, rustige dorpsstraatjes en verstilde stadsgezichten. Maar wie beter kijkt, ziet ook de bedrijvigheid van de Limburgers. En breekbare beelden van de crisis.







Hunnecum-1

De baard van Hunnecum


Het kan zo maar gebeuren. Je begint aan de zaterdagse krant, komt op deze pagina en ziet opeens iemand terug bij wie je bijna zeventig jaar geleden aan het sterfbed hebt gestaan. Het overkwam enkele weken geleden Bertha Neulens-Wilders (1925). Ze herkende de kleine man met baard die voor zijn kruiwagen loopt ogenblikkelijk. Het moest opa Kleintjens uit Hunnecum bij Nuth zijn. Een telefoontje met haar jongere zus maakte een einde aan het laatste spoortje twijfel. Bertha Neulens-Wilders: “Opa Kleintjens was niet onze echte opa. Hij werd door de kinderen van Hunnecum zo genoemd, omdat hij oud was. Hij was een opgewekte man die altijd grapjes maakte. We mochten hem graag. Hij was klein van stuk en had een baard die alsmaar langer werd. Lei Kleintjens was een echt dorpstype. Met zijn vrouw Miene zat hij vaak op een bankje bij zijn huis. Een dochter woonde bij haar ouders, de andere kinderen waren allemaal getrouwd. We gingen vaak bij de familie op bezoek. In Hunnecum kwam iedereen bij elkaar over de vloer. Dat was heel gewoon. Toen ik een meisje van een jaar of veertien was, werd opa Kleintjens ziek. Hij lag in de beddekoets, een bedstee. We baden een onzevader bij hem. Toen hij overleden was, heb ik hem nog gezegend met een palmtèkske en wijwater.”

De fotograaf van De Spaarnestad heeft de markante dorpsbewoner op 4 juni 1937 uitvoerig geportretteerd. Op een van de andere foto’s zit hij bij het spinnenwiel. Ook is hij met zijn vrouw vereeuwigd. Hier poseert Kleintjens voor zijn boerderij die later afgebroken is. Slagerszoon Jan Custers (1925) uit Nuth bezorgde op zaterdag de bestellingen van de klanten en kwam zodoende regelmatig bij de familie Kleintjens over de vloer. Jan Custers: “Ik bracht eind jaren dertig de bestellingen rond met zo’n ouderwetse transportfiets met korf. Om zeven uur ’s morgens fietste ik eerst naar Treebeek, waar ik op de MULO zat. Voordat de school begon had ik al tien klanten gehad. We hadden zaterdags niet veel lessen dus tegen een uur of elf, half twaalf was ik weer thuis. Dan begon meteen de tweede bestelronde. Hunnecum was een van de zogenaamde baovegehuchte van Nuth. Lei Kleintjens had een bijnaam: de Baard van Hunnecum. Het gezin woonde in een eenvoudig boerenhuisje. Ik kwam nooit verder dan de keuken. Daarin was ook de alkoof van Lei en zijn vrouw Miene. De familie had het niet echt breed. Daarom gaf mijn moeder soms iets extra’s mee. Een zakje knapsjes, reepjes afsnijdsel van vet spek. Die werden in een pan uitgebakken.“

Bertha Neulens-Wilders woonde op een steenworp afstand van de familie Kleintjens. Het Hunnecum uit de jaren van Het glazen album van Limburg was een fijne plek om op te groeien. Bertha Neulens-Wilders: “We hebben een heerlijke jeugd gehad. Hunnecum was een kinderrijk dorp. Wij hadden er thuis acht. Dat was niet uitzonderlijk voor de oorlog. Zes of zeven kinderen was normaal. Bij de familie Gardeniers, de buren van Kleintjens die de dorpswinkel hadden en een stroopstokerij, hadden ze er zeventien. Op zondag voerden de kinderen van Gardeniers soms een toneelstukje op. Voor een cent mocht je komen kijken. Hunnecum was een misjmasj van grote en kleine boeren en mijnwerkers. Er woonde ook een kantonnier. De onderlinge band was heel goed. De kern van Nuth met de school, de kerk, het gemeentehuis en het postkantoor was zo’n twintig minuten lopen van ons vandaan. Op mooie zomeravonden kwamen de mensen samen onder een boom die tegenover het huisje van Kleintjens stond. Men kletste wat over koetjes en kalfjes. Er was een vrijgezel die van een goed glas hield. Om hem werd vaak gelachen. Heel goedmoedig allemaal, hoor. Achteraf heb ik me gerealiseerd dat wij eigenlijk heel lang onbezorgd kind zijn gebleven. Nu zijn jonge mensen vroegwijs. In 1942 is mijn moeder overleden. Uiteindelijk ben ik het huishouden gaan doen. In 1944, bij de bevrijding, is ons huis in Hunnecum afgebrand. We kregen van de gemeente een bovenwoning in Nuth toegewezen. Toen ik trouwde kwam vader bij ons inwonen. Het harde werken heeft mij sterk gemaakt.“

Miel Bruls (1930) is een echte Hunnecum-deskundige. Hij heeft de geschiedenis van het gehucht en zijn bewoners tot in detail bestudeerd. Miel Bruls: “In Hunnecum stonden in de jaren dertig 37 woningen, ik schat dat er zo’n 120 mensen woonden. Lei Kleintjens was in 1862 in Hunnecum geboren en overleed er in 1941. Zijn vrouw Philomena Duizings kwam van Nuth en was vier jaar jonger. Ze hadden zeven kinderen. Lei Kleintjens was een zonnig figuur met veel humor. Zijn ogen twinkelden altijd. Hij maakte graag een praatje, zelfs met de heiligenbeeldjes zonder kop die hij in de boomgaard achter zijn huis had staan. Hij droeg zijn pet soms achterstevoren. Hij zat vaak met zijn vrouw Miene op de pompestein op de binnenplaats van hun boerderij. Miene zat er vaak sokken te breien van zelf gesponnen wol. Lei begroette voorbijgangers altijd met ‘Juidit’! Wat het betekende, weet ik niet. De grote dag in huize Kleintjens was op 24 augustus 1928 toen er een dubbele bruiloft was van twee dochters, Pauline en An. Lei was dol op zijn kleinkinderen. Hij was overigens de enige boer in Hunnecum die een koe als trekdier had.” Tot slot nog een mooie anekdote die Jo Custers altijd is bijgebleven: “Lei Kleintjens had op een meter of vijftig van zijn huis een tuin waar groenten en aardappelen werden gekweekt. Op zekere dag kwam hij van zijn land met een kruiwagen vol aardappelen. Hij ontmoette een bekende met wie hij in gesprek kwam. De kennis prees de aardappelen in de kruiwagen. Met gebalde vuist en omhoog gestoken arm antwoordde Kleintjens dat ze zo mooi waren omdat er ‘de pele (drollen) van Miene’ in zaten. Zoals elke keuterboer in die tijd bemestte hij zijn land met de inhoud van de toiletput.”

Misschien, maar het is zuiver speculatief en doet niets af aan de kwaliteit van de foto, dat de zinken ketel die hij met de kruiwagen vervoert wel ‘de pele van Miene’ bevatten.

zoe kumste dadelik Nuth binne............





es ut kloar is in Hunnecum

Nuth , vreuger of later....de Barbarrastroat






Hie wer un schoen vuurbeeld wie Nuth verangerd is, doer de joare heen,
ut twiede stuk van de Barbarrastroat woerd aangelag in de zestiger joare,
este wiejer kieks zuuste allein mer veld mit koare en weie,mit fruitbeujm en keuj............


IN DE WEIE WOE VREUGER DE FLATTE LOGE..............
STOAN NOE AL JOARE FLATS

17 okt. 2010


De bokkeriejers woare auch aktief in Nuth en umstrieke,rond 1730, getuige dit stukske va Miel Bruls

Bron: Mensen van Nuth; door Miel Bruls.


De Brakkender Gats in Hellebroek heette in de 18e eeuw de Menstraat. Zij voerde over de Bracken naar het gehucht Schuren, via een brug over de Geleenbeek. De moerassige beemden tussen de Laarhof en de Nuinhof waren omgeven door eeuwig groen weiland. Links in het Gatsken stonden twee eenvoudige huisjes tegen elkaar, hier woonden de knechten van de rijke boeren van Hellebroek. In het eerste huis Steven Drummen, die op 9 maart 1600 in Meerssen geboren was , als zoon van Johan drummen en Judith Knols. Hij was in 1719 in Wijnandsrade getrouwd met Gertrud van Eell, die 10 jaar ouder was. Zij was een dochter van Theo van Eell en Mechtel Driessen. Steven is een arme boerenknecht en wordt later Bracken Steven genoemd, omdat hij bij de Bracken woont. Zijn oudste dochter Judith is nog in Wijnandsrade geboren, een maand voor het huwelijk. In 1720 verhuist het gezin naar de Menstraat, alwaar Theo, Johan en Mechtel geboren worden. Steven is eigenlijk schoenlapper van beroep, maar heeft maar weinig klanten in de afgelegen buurt. Hij werkt daarom als overknecht op de grote boerderij van peter Horstmans. Hier komt hij in kontakt met de latere bokkenrijder Christiaen Reumkens en Joannes Crans uit Hoensbroek. Ook zijn buurman Arnold Coenen is een arme dagloner. Hij is de enige zoon van Frans Coenen en Katrien Meytgens uit Hoensbroek, die ook nog 5 dochters hebben. Nol, geboren op 17 juli 1702, is niet getrouwd en wordt in de wandel “Frenskens Nol “ genoemd.


Nergens is het onderscheid tussen de rijke grondbezitters en hun knechten schrijnender als in Hoensbroek. Door armoede gedreven, beroven de bokkenrijders na 1730 de rijke kerken van hun bezit. Op Palmzondag 1731 is de kerk van Wijnandsrade aan de beurt.

Een venster tegenover het huis van Paul van Neel wordt geforceerd en uit het tabernakel stelen ze de zilveren ciborie en het gouden maantje van de monstrans. De snoodaarts smijten de hosties over het koor en beroven Maria van haar blauwe, zijden kleed. Door een raampje komen de ook in de sacristie en nemen alle miskleren en ampullen mee. Koster Hubert Coenen heeft op 11 februari 1744 alles moeten opschrijven voor de rechtbank.

In 1735 plunderen 25 dieven de kerk van Nuth. De bende bestaat voornamelijk uit de vilderfamilie van Mathijs Ponts van de Akerstraat in Hoensbroek, versterkt met ene Joannes Heijligers uit Nuth. Ook de vrouwen doen mee, vermomd in manskleren. De buit is groot en Brakken Steven en Frenskens Nol sluiten zich bij de bende aan. Hun huis in de afgelegen Menstraat is een ideaal verzamelpunt voor de rovers.



In 1736 doen ze mee bij de overval op de kerken van Amstenrade en Brunssum. Ook de wever Willem Vaessen uit Hellebroek en de haemmaker Bavo Hausteder uit Tervorst zijn er bij. Ook voor Willem en Anna Weustenraed, met 6 kleine kinderen, is het stelen of honger lijden. In 1738 zijn de Nuther bokkenrijders medeplichtig aan de overval op de kapelanie van Hoensbroek, samen met het schuim van Schinnen olv. Geerlingh Daniels: Jan Catsberg, alias de Roode Speelman van Nagelbeek e zijn zoon Henske, Marien Hentjen Witmaeckers van Schinnen, Teuncke Winckens uit de Beemden van Wolfshagen en ’t Scheuerke van Thull. Ook de slotenmakers Wijn en Hendrik Meels uit Merkelbeek zijn voor de bende onmisbaar.

Dan wordt er boter en spek gestolen bij boer Mathijs Hautvast in Grijzegrubben en de buit wordt verdeeld bij Bavo de Haemmaecker aan de Putweg. Maar de ellende van de armen blijft voortduren, vooral als van oktober 1739 tot mei 1740 zes maanden bittere poolkoude heerst. IN 1741 wordt vlees gestolen bij buurman Peter Corten in de Menstraat. In de nacht van 6 maart 1742 volgt de inbraak in de winkel van Clemens te Sittard en ook bij de overval op 18 juli op de hoeve van Essers in Magerau bij Merkstein ontbreken de drie uit Nuth niet. De bewoners worden mishandeld en het dienstmeisje verkracht door de gebroeders Ponts. Een week later doodt Mathijs Ponts bij de overval op de herberg “De Beukenboom” te Limbricht de waardin met zijn rijpistool.



In 1743 beginnen de schepenbanken eindelijk strenger op te treden. Op 10 april wordt de afdoener Mathijs Ponts gearresteerd, bekent op de pijnbank meer dan 20 diefstallen en noemt zijn complicen. Steven Drummen en Nol Coenen gaan in Nuth bij kerk en kerkhof wonen, vanwege het asylrecht mocht men ze daar niet arresteren…..

Christiaen Reumkens wordt gevangen gezet op kasteel Hoensbroek, maar ontsnapt een maand later. Zijn cel wordt dezelfde dag ingenomen door Lens Knooren uit Vaesrade.

Op 8 oktober worden de Catsbergs van Schinnen en de Meelsen van Merkelbeek gearresteerd. En negen dagen later zitten Nol Coenen en Steven Drummen gevangen op kasteel Reymersbeek. Ook Anton Winckens, gedetineerd op kasteel Terborch, verraadt na marteling de namen van 20 vagebonden. Op de heide bij Treebeek worden op 12 november 6 bendeleden uit Hoensbroek terechtgestelden een week later de Meelsen uit Merkelbeek. Op de Danikerberg worden een maand daarna de vijf rovers uit Schinnen opgehangen.



De schrik zit er zodanig in en beide Nuthers weten wat hun te wachten staat. Op 23 november wordt Brakken Stevenweer uit de kelder gevangenis gehaald om voor de Schepenbank te verschijnen. Hij ziet er bleek uit en zijn vuile kiel en korte broek passen niet meer. Bij het zien van de duimschroeven heeft hij alles bekend zelfs dat hij “vleeselijcken omganck met een moederschaep” heeft gehad. Streng maar met kompassie zien de schepenen in hun deftige kleren op hem neer: Goris Gorissen, Mathijs Hautvast en Hubert Coenen, de elite van Nuth. Voor de gevangenen breekt een vreselijke winter aan en ook de lente is zonder hoop. Steven maakt zich zorgen over zijn gezin; hij heeft toch alles voor hén gedaan. Alleen met de jongste kinderen kot zijn vrouw op bezoek, want Judith is dienstmeisje in Aubel en Theodorus is soldaat in Hollandse dienst.

Ook Houb Palmen uit Vaesrade, “den langen Houb”, zit vast in Kasteel Hoensbroek en zijn vrouw Gertruid Krans probeert hem vrij te krijgen. Na Pasen gaat ze naar Reymersbeek om zogenaamd een varken te kopen. Door het kettinggat kan ze met Steven spreken: “Waarom hebt ge mijn Houb vals beschuldigd?” Stevn antwoordt: “Ze hebben me geld voor toeback gegeven, maar Houb is een eerlijck man. Ick hebbe daer eenen last van, als den Felster berg op migh lag.”.



Houb Palmen is later vrijgesproken, maar voor Nol Coenen en Steven Drummen wordt op 12 juni 1744 het doorvonnis geveld. Frenskens Nol, 43 jaar, sterft dezelfde dag in zijn cel, maar zijn lijk wordt naar de galg bij Kathagen gesleept en daar begraven.

Op 16 juni trekt heel Nuth naar het galgenveld. Voorop schout Corneli met de rode, doornen justitieroede, omringd door de schepenen. De schutterij beschermt de kar van de veroordeelde tegen de nieuwsgierige massa. Aangekomen bij de galg zijn zelfs de kinderen doodstil. Pastoor Wolters spreekt het laatste woord, maar Brakken Steven hoort het niet. Hij ziet alleen zijn vrouw en kinderen. De beul wurgt hem aan een paal en verbrandt zijn lijk op de brandstapel. Als de zwarte wolken rood worden van de ondergaande zon, keren de Nuthers weer naar huis en haard. Zij hebben een medeburger terechtgesteld en hun bezit is weer veilig.

De huizen aan de Menstraat worden de zondag erop, na de mis, verkocht aan Christiaen Nuchelmans uit de Keut en aan Judith Drummen, want Christiaen staat borg voor de dochter van de Bokkenrijder.

13 okt. 2010

"pappa" Radzi trekt doer Nuth....

Eindelik is ut zoewiet,,,,,,,,
Ich hub hem tog urgens gevonge,
eine nuuje medewirker vuur Nuthe kal.

Allein kin ich ut neet mieh aan
"pappa" Radzi geit mich get helleppe,
en is net wie ich dageliks op de Nuther stroate, steegskes en pleine te vinge,

Noa al die auw foto's, die gier hie gezeen hubt,
geit pappa Radzi proberen de luuj va noe in Nuth te fotografere,
dus gier zeet gewaarschuwd, es gier um taege komt.....

Hie de ieschte foto's, die er maakte va eine "bekinde" Nuther jong






6 okt. 2010

Picasa Webalbums - Joep van Nuth







Der Joep va Nuth is druk bezig allerlei auw foto's va Nuth te verzamelen, en zien verzameling wurd waal erg oetgebreid,Nuth,Griezegrubbe,Terstroate, Reimerschbaek,Nirve, mer auch de fanfaar,hermeniej, en auch Voasje......
Noe schreef er mich ut volgende: Vergeit de luuj van Nuth neet te vraoge die auw sjoansdoeze va de zulder te hoale en op te sjtuure soe det vur ze allenej op ein website bie-ein kriege. Luuj moote neet hove zeuke van ein site noa de anger: dus wies se op www.picasaweb.com/NuthvanToen.
gier kint de foto's, of ein berichtje sturen noa : nuthekal at hotmail.nl
dan zurg ich dat ze bie Joep op de plaatsch komme
Alvas bedankt en adiee wah.....

Goat mer ins kieke op:


Picasa Webalbums - Joep van Nuth

4 okt. 2010

weh zeijd........... zal oegste................






zoe woar ut vreuger al
weh zeijd........... zal oegste................
de boer op waeg noa ut "Money House".......

en noe auch ins ein auw Minor foto



Dees foto es van ein B1 elftal. In de vieftiger joare woare de jeugdspielers ingedeild in groepen A, B en C elftallen.
Dees foto is van het B1 elftal van 1953-1954 en woare toen kampioen.
Stoande van links noa rechts:
Ton Florax, Piet Kusters, Jo de Haas, Chriske Claasen, Frans Rijkx.
Gebukt van links noa rechts:
Albert Schoffelen, Gerard van Rossum, Jac. Spaetgens.
Knelend:
???, Jan Deumens en Jan Haagmans

2 okt. 2010

Kerkkoer Sint Bavo in 1935

Ein schoen foto oet 1935 van ut Kerkkoer Sint Bavo
bie ein KRO radio oetzending "passie van Neles(?)" oetgeveurd op palmzondig 1935 in oos eige Bavokirk



Toen woare de leden van ut koer op dees foto:

A.Zautsen
Bernhard Royen
Fr.Royen
Frans Gerards
H.Weusten
H.Zautsen
Harrie Cremers
J. Bemelmans
J.Brummans
J.Debets
J.Nijsten
J.Ploum
J.Smeets
J.van Eert
J.Zander
L.Collaris
L.Heuts
Lei Harst
Louis Cremers
M.Bindels
M.Habets
M.Smeets
Math America
Nic Collaris
P.Schmetz
P.Speth
P.Vrencken
Pastoor Ritzen
Sjang Cremers
Vic Koten
W Drummen
W. Tilmans
W.Bemelmans
W.Boumans
W.Bour
W.Somers
X. Heynen
Zef Bruls
Zef Essers

Prachtig........... drie Kriemersche bie ein [Cremers] , miene opa Sjang Cremers,de postbode , Nonk Harie Cremers, de kleijermaeker oet de Pastoriejstroat, en Nonk Loewie Cremers, deh woar auch postbode........