21 sep. 2012


De Nuinhof door Miel Bruls


De Nuinhof
geschreven door Miel Bruls in zijn boek "Mensen van Nuth"

Tegenover het N.S.-station te Nuth stond op de plaats, waar nu het viaduct onder de autoweg doorgaat, de kapitale hoeve de Nuinhof. Ze werd vroeger de Nieuwenhof of Villa Nova genoemd, maar in de volksmond was het de Nuinhof. 
Het statige  stenen herenhuis met lusthof en tuinhuis
De witte boerderij en de muren met bogen omsloten het binnenplein, samen met het statige, stenen herenhuis en de hoge graanschuren op de achtergrond. Het geheel werd omgeven door tuinen en boomgaarden, en op de plaats, waar nu het perron is, was op een heuvel een zogenaamde lusthof met tuinhuis.
Dit "uithangbord" van Nuth moest in de dertiger jaren jammer genoeg wijken voor de "vooruitgang": de autoweg.

De pachthoeve behoorde in 1380 toe aan Johan van Printhagen uit Sint-Jans Geleen, maar in 1419 verkoopt zijn zoon Walram de boerderij voor 1535 rijnse gulden aan het kapittel van de O.L.V.-kerk van Aken. De kanunniken, die bij de verkoop vertegenwoordigd zijn door Jan Dassen, krijgen slechts 1/3 deel van de opbrengst, maar de deken van het kapittel, Hendrik van Imbermont, doet een jaar later afstand van zljn 2/3 deel ten gunste van de monniken. De paters ontvangen bovendien 2/3 van de opbrengst van de Tienden, want de boeren van Nuth moesten 10%  van hun oogst in natura afleveren in de zogenaamde Tiendschuur. Het andere derde deel van de Tienden was voor de pastoor van Nuth.

Het werk op de Nuinhof werd gedaan door de pachtboer, o.a. Arnold Notermans van 1480 tot 1492. De pacht bedroeg jaarlijks 35 mud tarwe, 35 mud rogge en 35 rijnse gulden. (elke gulden was 6 mark). Tot de Nuinhof behoorde 56 bunder akkerland en 26 bunder weiland. Aan de koster van Nuth werd per jaar een vat rogge betaald, voor het onderhoud van de kapelaans. Het laatst in 1790 aan kapelaan Toebaert.
Rond 1600 is Vaes Huntgens, getrouwd met Jutta Renckens pachter, terwijl zijn broer Lenard Huntgens, pastoor van Nuth is, tot zijn dood in 1623. Opmerkelijk is, dat daarna ene Jan Renckens zijn opvolger wordt. Omstreeks 1700 is Frans Crijns uit Nuth de pachter, hij is dan 25 jaar getrouwd met Liesbeth Houben.  Hij sterft op de Nieuwenhof met 67 jaar in 1719.

Omstreeks 1750 heeft zijn kleinzoon Frans, getrouwd met Maria Albrechts, het werk overgenomen. Zijn opvolger in 1757 heet Winand Delahaye en ziin vrouw Anna Smits, die op de Nieuwenhof 7 kinderen krijgt. De laatste pastoor, die van de tienden geniet, is Jan Scherpenseel, want de komst van de Fransen in 1794 maakt een einde aan deze inkomsten van de geestelijken.

Ook de Nuinhof wordt in het openbaar verkocht, en de opbrengst gaat naar de Franse schatkist, Georg Caleb de Schwartz koopt op 21 februari 1798 dit boerengoed voor 300.000 francs. Hij is de stroman voor de echte koper Werner Joseph Wolff, vrederechter te Oirsbeek, die een aanhanger van het Franse bewind is. Een paar jaar later verkoopt deze "Wolff in schaapskleren" de hoeve aan Frans Kerckhoffs, chirurgijn en Schepen van Nuth. Frans verhuist van Grijzegrubben naar de Nuinhof en woont er in de Franse tijd met zijn vrouw Gertrud Lintgens en 9 kinderen. Het gezin houdt er niet alleen een knecht en 3 dienstmeisjes op na maar ook de jezuïet Ceurvorst voor het huisonderwijs. Na de dood van Frans Kerckhoffs in 1819, woont er zijn vrouw met de kinderen, die allen hogere studies volgen. August wordt later notaris te Schinnen en Philip te Sint Truiden. Joseph wordt geneesheer te Brussel en Frans, die op de Nuinhof blijft wonen,is geneesheer in Nuth.

Zoon Jan Kerckhoffs, die in 1834 trouwt met Jeannette Lintgens, wordt dan de hoofdbewoner.  Hij is griffier en in de Belgische tijd van 1830 tot 1836 burgemeester van Nuth. Op de Nieuwenhof worden nu 12 kinderen geboren, waarvan het jongste Philippina in 1866 met 6 jaar overlijdt. De 5e zoon Prospere reist in 1864 naar Mexico om Maxmiliaan te helpen in dat land keizer te worden en Alphons vertrekt in 1867 naar de "Pauselijke Staat", om deze voor Pius IX te behouden.

Het leven van de Kerckhoffs kost geld en de pachters moeten dit opbrengen. Daarom wisselen de pachtboeren vaak. In 1797 is nog steeds de oude Winand Delahaye met zijn zoon Willem de pachter. Hij heeft 9 knechten en 3 dienstmeiden. In 1820 volgt Mathias Damso met vrouw en 5 kinderen hem op, om in 1827 met de 7 knechten naar een hof in Oensel te verhuizen. Boer Willem Habets uit Hulsberg neemt het over tot 1830, als hij naar kasteel Neubourg bij Gulpen verhuist. 
Tot 1840 werkt Leonard Forage op de hof met 10 knechten, o.a.  Drikus Dritty uit de Kerkstraat in Nuth. In 1845 is Willem Corvers uit Wahlwiller zijn opvolger, maar ook hij vertrekt al gauw met 6 kinderen naar Wittem.  Van 1847 tot 1853 betaalt Willem Slangen uit Nuth de pacht.  Hij is getrouwd met Lies Kleintjes. In 6 jaar tijd, heeft hij 14 man personeel, komend en gaand. Zijn opvolger tot 1863 is Hubert L'Ortye uit Wijnandsrade. Uit hetzelfde dorp komt de pachter Jan Haeren en zijn vrouw Barbara Somers. Hij sterft reeds in 1874 op de hof en zijn zoons Herman, tot 1884, en Leopold, tot 1893, nemen het werk over. Op 27 februari 1883 sterft oud-burgemeester Kerckhoffs op de Nuinhof en zijn vrouw verhuist dan naar Ambij, waar haar zoon Jan kapelaan is geworden.

De eerste trein in Nuth
Door de aanleg van de spoorlijn van Sittard naar Heerlen raakt de boerderij veel grond kwijt en dit is het begin van haar verval. De hof wordt een doorgangshuis voor vele families. In het linker huisje sterft in 1894 de arbeider Jacquemont: zijn vrouw, met 6 dochters en een zoon, begint dan een groentewinkeltje. Na de opening van het station in 1896, opent Hub Curfs met zijn Duitse Vrouw Sophie Pogel een koffiehuis. In het achterhuis sterft in 1902 de knecht Peter Ploem, man van Elisabeth Penders. Zijn zoon Zef wordt de schoenmaker van de Stationsstraat en zoon Harrie de kolenboer van de Nuinhof.

Frans Sanders de eerste expediteur voor Van Gent en Loos
De grote schuren zijn ideaal voor van Gent en Loos en Frans Sanders wordt in 1919 de eerste expediteur. Hij is getrouwd met Maria Dingelstad uit Swalmen en zo worden op de Nuinhof weer 4 kinderen gebaard. In 1921 komt ook hun zwager Jacques Dingelstad, remmer bij de N.S., op de Nuinhof wonen. 
De familie Ploem wonend op de Nuinhof
Naast Ploem in het grote huis woont sinds 1888 Hub Heuts, in 1850 in Witten bij Dortmund geboren, omdat zijn vader daar "brikken" ging bakken. Hij is getrouwd met Hubertina Meissenberg, dochter van de orgelbouwer Mathijs Meissenberg uit Aken. In 1906 woont er hun zwager Philip Meissenberg, totdat hun enige zoon Alphons in 1912 het huis betrekt. Hij is geboren op de Breinder in Schinnen, en zijn wouw Philomene is van Quadackers van de Schurenberg. Zij houden Duitse  dienstmeisjes: Paulina Cesech en Elisa Hockling.

Alphons Heuts, slager, mijnwerker en kruidenier, laat in de 20-er jaren, het café in de Nuinhofstraat bouwen, dat vanwege zijn 3 dochters het Dreimädelnhaus wordt genoemd. In de huisjes op de binnenplaats wordt aanhoudend verhuisd: handelaar Jacob Koonen, de telegrafist Willem Smits, spoorman Niek Otten, mijnwerker Peter Marell, beiden uit Schinnen, en hoefsmid Jan Royen uit Nuth, allen woonden eens op Nuinhof no.93.  


Maar het einde van de hof is nabij, in 1934 wordt hij afgebroken en Nuth rest slechts de welbekende naam : de Nuinhof.

Geen opmerkingen: