4 nov. 2007

nuth



Het dorp Nuth is in de Middeleeuwen ontstaan aan de zuidwestzijde van de Geleenbeek. Tot 1626 behoorde Nuth tot de schepenbank Klimmen. In 1626 werd het door Filips IV de schepenbank Nuth tot een heerlijkheid gemaakt en aan de hoogst biedende verpand. Door de verheffing tot heerlijkheid in 1626 kreeg Nuth een eigen schepenbank met hoge-, middelbare- en lage rechtspraak. Op 17 augustus blijk Hendrik van Bergh-Trips 4300 gulden te willen betalen voor de heerlijkheid. Maar niet voor lang, want drie dagen later word het pand doorverkocht aan Steven van Eijnatten van Reynersbeek voor 4300 pond. In 1642 wordt de heerlijkheid definitief verkocht aan Jan Ulrich van Eijnatten zoon van genoemde Steven. De familie van Eijnatten bleef in 't bezit ervan tot 1795. In 1795 had Nuth 1263 inwoners. Van deze 1263 inwoners kwamen er 136 uit het nabij gelegen gehucht Vaesrade.

Tot aan de negentiende eeuw is het dorp dat een overwegend agrarisch karakter kende, vrijwel onveranderd. In de negentiende eeuw krijgt het dan enkele uitlopers langs de Valkenburgerweg en Stationstraat. Ook Nuth groeide explosief tengevolge van de mijnbouw in deze regio. Er werd vooral uitgebreid nabij de Bavostraat en het station.

Herkomst naam:

De naam Nuth komt in archiefstukken voor als Nutte (1034) Neuta (midden 11e eeuw) en Nutta. Er is nog geen verklaring gevonden voor de naam Nuth.

Geen opmerkingen: